Aanvullen (deel 2)
‘Hey!’Ik glimlachte toen ik mijn fiets naast hem stopte. ‘Hey.’Ik kreeg meteen een knuffel. ‘Leuk dat je er bent.’‘Ik zet even mijn fiets beneden.’‘De mijne staat er al, ik loop wel even mee.’Ik zag een half leeg rek en duwde mijn fiets die kant op.Hij trok aan mijn arm. ‘Kom, de mijne staat daar.’Ik liep achter hem aan. Wat maakte dat nou weer uit? Ik zette mijn fiets naast die van hem in het rek. Samen liepen we naar boven, hij liep de winkelstraat in. [ verder lezen ]