Uit beeld (deel 3)

Ik moest wel lachen om de snelle conclusie van Karlijn. Waarschijnlijk was het grote onzin maar ik ging ze toch anders bekijken. Zeg maar gerust: in de gaten houden. We reden naar huis, Karlijn druk pratend, Wijnand en ik om en om naast haar. De twee jongens reden achter ons aan. Ik keek een keer om. Redelijk stil, moe ook waarschijnlijk. Zouden ze het zijn? Ik moest hun reactie maar eens peilen als ze merkten dat Wijnand bij mij sliep, in hetzelfde bed. Karlijn ging bij ze fietsen. Wijnand lachte.
‘Nou, welkom in ons huis,’ zei Karlijn toen ze de voordeur open deed.
We namen ze mee de trap op, lieten ze de kamer zien. Wijnand ruimde nog snel wat dingen op, maakte ruimte op de vloer. De twee jongens begonnen meteen hun matje uit te rollen en hun slaapzak.
‘Straks nog even wat drinken?’ vroeg Karlijn.
Wijnand keek moeilijk maar wist dat nee zeggen geen zin had. Natuurlijk dronken we nog wat.
‘Karlijn zoekt het maar uit,’ zei hij toen we even alleen waren in mijn kamer, ‘maar ik heb zin in koffie.’
Ik lachte. ‘ Doe je best.’
De deur ging weer open na een klop op de deur.
‘Zet jij koffie?’
Ik lachte naar Karlijn. ‘Heeft ie zin in.’
‘Ik trek nog een wijntje open. Jij Jarno?’
Ik knikte en trapte mijn schoenen uit.
‘Waar zijn die andere twee?’ vroeg Wijnand.
‘Floris en Jurre? Ik zal ze eens gaan halen.’
Dat hoefde niet, mijn deur ging wat verder open.
‘Hey, jongens,’ zei Wijnand vrolijk, ‘pak een zit.’
‘Koffie of wijn?’ vroeg ik.
‘Zetten jullie koffie?’
‘Hij daar.’
‘Lekker.’
Karlijn hield de fles omhoog. ‘Jurre, jij wijn?’
Die knikte.
‘Dacht ik al,’ zei ze. ‘Bedden gemaakt?’
‘Ja, ligt al klaar,’ zei hij.
Eerste keer dat ik zijn stem hoorde. Aardige jongen. Mooie jongen ook. Floris pakte een stoel en ging zitten.
‘Loopt,’ zei Wijnand tegen hem, ‘momentje nog.’
Hij glimlachte. Ik gaf Karlijn mijn lege glas en wachtte tot ze hem volgeschonken had. Ik ging op mijn bed zitten. Zag ik ze nou kijken? Zag ik ze nou denken? Ik ging het ze niet uitleggen. Daar had ik nog nooit zin in gehad. Als het zo uitkwam dan vertelde ik het wel, maar verder was ik niet zo strijdlustig. Wijnand dronk op zijn gemak zijn koffie. Toen hij die op had ging hij de kamer uit.
‘Douchen.’
En weg was hij. Karlijn praatte gezellig door, langzaam kwamen Floris en Jurre los. Ze lachten, praatten. Wijnand kwam terug met zijn spullen en schone kleren voor de volgende dag. Hij gaapte.
‘Slaap?’ vroeg ik.
‘Beetje,’ zei hij schouderophalend.
‘Hou jij ze even bezig, dan ga ik even douchen.’
Hij lachte. ‘Doe mij nog maar een wijntje dan.’

Het was toch nog laat geworden. Stom, want de wekker ging weer vroeg genoeg. Niet zeuren, zo’n introweek maakte je maar één keer mee. Karlijn bombardeerde mijn kamer tot ontbijtzaal. De keuken was daar ook veel te klein voor. Floris en Jurre waren wakker, zo te zien geen kater. Wijnand was een ander verhaal. Die lag nog in bed toen de rest al mijn kamer binnen kwam. Ik was net mijn bed uit, had net mijn kleren aangetrokken. Wijnand kreunde en hield zijn ogen dicht. Hij pakte mijn kussen en trok die tegen zich aan. Zijn mond ging even open om te ademen en daarna weer dicht. Daarna lag hij stil. Ik zag Jurre kijken.
‘Die is zo wel weer wakker,’ zei ik.
Jurre glimlachte. Ze zaten naast elkaar aan tafel. Ze zeiden niets, want Karlijn zei meer dan genoeg. Wijnand deed even zijn ogen open en keek vernietigend.
‘Karlijn, kun je heel even nog je mond houden?’
‘Je moet eruit,’ lachte ze. ‘Over een uur moeten we daar weer zijn.’
‘Dan heb ik nog een half uur,’ mompelde hij in mijn kussen.
‘Je moet goed eten, jongen.’
Hij draaide zijn rug naar ons toe. ‘Ja, mama.’
Ze grinnikte. ‘Jarno, doe er wat aan.’
Floris en Jurre zaten het op hun gemak etend te bekijken. Ze vonden het wel leuk geloof ik. Ik ging op mijn knieën op bed zitten en boog me over hem heen. Zonder dat ze het echt konden zien gaf ik hem een kus op zijn wang, maar ze konden het wel raden.
‘Kom,’ zei ik zacht. ‘Koffie is nou nog vers.’
‘Hm-m,’ mopperde hij.
Maar hij draaide zich wel op zijn rug en gaf me een kus terug. Ik zat al aan tafel toen hij opstond. Met een slaperige kop trok hij zijn broek aan en een shirt. Hij kwam gapend naast me zitten.
‘Koffie?’ vroeg ik.
‘Je bent een schat.’
Floris en Jurre glimlachten. Wijnand at zwijgend. Pas na een mok koffie kwam er leven in.
‘Wat gaan we doen vandaag?’ vroeg hij.
‘Intro,’ zei Karlijn.
‘Ja, hè hè.’
‘Meer zeg ik niet. Verrassing. Maar het wordt leuk.’
‘Goed geslapen?’ vroeg hij aan de twee tegenover ons aan tafel.
‘Ja hoor,’ zei Jurre net iets eerder dan Floris.
‘Hé,’ hoorde ik Gijs achter me zeggen, ‘toch logees?’
‘Ja,’ zei Karlijn, ‘ kwam beter uit. Ze waren ingedeeld bij Matthias.’
Gijs lachte. ‘In Huize Biobak? Mijn god. Hoeveel vond ie dit jaar dat er wel konden slapen?’
‘Geen idee. Veel. Ik heb deze twee maar gered.’
‘Goed gedaan.’
‘Ze slapen op de kamer van Wijnand.’
Gijs grijnsde. ‘Dat had ik zelf al bedacht.’
Ik keek nog een keer naar ze. Nou moesten ze toch genoeg doorhebben, leek me.

Ik zag Wijnand weer de hele dag niet. Karlijn kwam ik nog wel tegen met haar groep, maar volgens mij hadden zij en Bram dat zo geregeld. Floris en Jurre waren vrolijk, voor mijn gevoel losser dan de dag ervoor, toen ik ze bij de barbecue zag.
‘ Hé,’ zei ik, ‘leuke dag hè?’
Floris glimlachte.
‘Ja, zeker,’ zei Jurre.
Karlijn en Bram stoeiden. De lach van Karlijn kwam overal bovenuit.
‘Heb je die kamer pas net?’ vroeg Jurre.
Ik knikte. ‘Ik zit er nu een week.’
‘Gaaf. Wijnand ook?’
‘Ja.’
‘Jullie kennen elkaar al langer?’
Ik lachte. ‘Ja, al meer dan een jaar.’
Meer vragen kwamen er niet. Karlijn riep haar groep bij elkaar. We gingen weer verder.

Ik was net thuis toen ik de voordeur hoorde. Ik was halverwege de trap en keek om. Karlijn, met Jurre en Floris.
‘Hey.’
‘Wijnand niet bij je?’
‘Nee, maar ik zag zijn fiets staan, dus volgens mij is hij al thuis.’
‘Ik zag geen licht branden op jouw kamer.’
‘Ik heb hem maar kort gezien op de soos, maar toen was hij al redelijk kapot.’
Ik deed voorzichtig de deur van mijn kamer open en keek om de hoek naar mijn bed. Wijnand sliep, duidelijk te horen aan zijn ademhaling. Ik deed mijn jas uit en sloop de gang weer op.
‘Hij slaapt,’ zei ik tegen ze.
‘Drinken we nog iets?’ vroeg ik.
‘Mij best.’ Dat was Jurre.
‘Ik ga douchen,’ gaapte Floris.
Hij ging de kamer van Wijnand in en kwam terug met een handdoek. Jurre ging met mij naar de keuken.
‘Nee, laat ik het nou maar niet doen,’ zei Karlijn. ‘Trusten jongens.’
‘Bier?’
Jurre knikte. Ik sloop mijn kamer op, haalde twee flessen uit mijn koelkastje en ging terug de gang op. Ik knikte naar de deur van Wijnand.
‘Ik denk dat die meteen gaat slapen,’ zei Jurre.
Hij ging op de bovenste tree van de trap zitten. Ik bleef op de overloop, op de grond met mijn rug tegen de muur. Ik gaf hem zijn flesje. Met één duim plopte hij de beugel los en grijnsde. We tikten de flesjes tegen elkaar en namen tegelijk een slok. De doucheceldeur ging open. Floris kwam in boxer en T-shirt naar buiten.
‘Wil je er ook een of ga je slapen?’
‘Ik ga slapen denk ik.’
‘Welterusten,’ zei ik.
Hij keek Jurre even aan, ze glimlachten naar elkaar. Zag ik nou een verliefde blik? Geen idee. Ik wilde het misschien zien. Zonder verder nog iets te zeggen ging Floris de kamer in.
‘We kunnen ook in de keuken gaan zitten.’
‘Ik zit hier goed,’ lachte hij.
Ik nam nog een slok en kwam er achter dat ik meer moe was dan ik dacht.
‘ Mooi huis,’ zei Jurre.
‘Oud.’
‘Het heeft iets. Vooral jouw kamer aan de voorkant.’
Ik glimlachte. ‘Ga jij ook op kamers?’
‘Ik denk het niet. Eerste half jaar in ieder geval niet. Daarna kijk ik wel.’
‘Trein?’
‘Ruim half uurtje, is goed te doen.’
Gijs kwam de trap op. ‘Vergadering?’
‘Zoiets. De rest slaapt al.’
‘Mooi, welterusten dan.’
‘Moet jij er nog eentje?”
Hij keek even twijfelend, daarna lachte hij. ‘Eentje dan.’

Een half uur later sloop ik mijn kamer op. Ik trok voorzichtig mijn kleren uit en kroop naast Wijnand onder het dekbed. Hij mompelde wat, voor mij een teken dat ik hem een kus kon geven zodat hij echt wakker zou worden.
‘Hé,’ zei hij zachtjes, ‘ben je er al?’
Ik grinnikte. ‘Al meer dan een half uur. Nog een biertje gedronken met Jurre op de gang.’
Wijnand sloeg een arm om me heen en kroop dicht tegen me aan. Hij zuchtte.
‘Slaap…’
Ik kuste hem lachend op zijn voorhoofd.

Ik was moe, ik was kapot. Ik was tevreden. Het was een erg leuke week geworden en ik had een hoop nieuwe mensen leren kennen. Ik fietste samen met Wijnand naar huis. Floris en Jurre waren ook onderweg, al wist ik niet waar ze waren. Ze hadden hun spullen nog bij ons liggen en zouden die nog op komen halen. Wijnand liet zich op mijn bed vallen.
‘Trek even wat anders aan als je wil, ik moet daar nog in slapen vanavond.’
‘Stink ik?’
‘Bier.’
‘Hoe zou dat nou komen?’
Ik lachte. ‘Echt, geen idee.’
Hij kwam weer overeind en gaf me een kus. ‘Ik ga even snel douchen.’
Ik ruimde ondertussen de ontbijtrotzooi op. Daarna ging ik douchen. In de deuropening gaf Wijnand me nog een kus.
‘Waarom douchen we eigenlijk niet samen hier?’
Ik grinnikte. ‘Volgende keer.’
Onder de douche voelde ik hoe moe ik eigenlijk was. Ik hoorde wat gerommel op de gang. Zouden dat Floris en Jurre al zijn? Ik rekte me uit, gaapte en droogde me af. In mijn boxer kwam ik terug de kamer op. Ze waren er intussen al.
‘Dat wil ik ook wel,’ zei Jurre terwijl hij naar me keek.
‘O?’ zei ik verbaasd.
‘Douchen.’
‘Je doet je best maar.’
‘Eerst dit,’ zei hij met een gebaar naar de tafel.
Wijnand lachte. Er stond een krat bier op.
‘Van ons, voor het logeren hier. Bedankt.’
‘Gaaf, dank je wel. Had je niet hoeven doen.’
‘Wil je er eentje?’ vroeg Wijnand.
‘Doe maar. Maar wel eentje uit de koelkast.’
‘Ik ga eerst even deze kleren uittrekken,’ zei Jurre.
‘Ik ook,’ zei Floris er meteen achteraan.
Floris was snel terug, Jurre was nog even gaan douchen. Ik proostte op een mooie week en ging onderuit op de grond zitten, rug tegen de muur. Ik moest nodig eens een goede stoel gaan regelen. Ik hoorde beneden een deur dichtgaan. Ik keek op de gang en zag Karlijn de trap op komen.
‘Kom je zo ook even. Er is een cadeautje.’
‘Cadeautje?’ Ze lachte. ‘Dan ben ik er zo uiteraard.’
De doucheceldeur ging open. ‘Ja, van ons’
‘Lief, ik ben er zo.’
Jurre liep in zijn boxer naar de kamer van Wijnand. Ik keek. Niet verkeerd. Mooie jongen. Met een grijns op zijn gezicht.

Twee uur later was ik alleen. Floris en Jurre waren naar huis, net als Wijnand. Hij ging een weekend naar zijn ouders. Ik vroeg me af of ik het erg vond. We hadden nu twee weken samen op mijn kamer geleefd, samen geslapen. Dat was leuk, lekker zelfs, maar ik genoot er nu ook wel van dat ik mijn kamer even voor mezelf alleen had. Rust. Dat kwam ook omdat ik moe was, dat snapte ik ook wel, maar toch. Ik ruimde op, deed nieuwe lakens op mijn bed en zette koffie. Met een dampende mok ging ik eens een lekker avondje dom zappen op tv. Ik had er nog aan zitten denken om naar Ruben te gaan, maar daar was ik veel te moe voor. Beter de dag erna. Dan had ik alle tijd voor hem. Er was niet veel te zien op tv, ik bleef bij een film hangen die ik maar half volgde. Het was stil in huis. Gijs was naar zijn vriendin, wist ik. Maar waar Karlijn was? Ik hoorde niets, geen idee of ze er nog was of niet. Ik dronk mijn mok leeg en ging wat verder onderuit op mijn bed liggen.

Ik werd de volgende dag wakker, alle lichten brandden nog. De tv stond ook nog aan, met een of ander vaag verkoopprogramma. Ik zocht de afstandsbediening die ik ergens onder het dekbed terug vond. Ik zette de tv uit en draaide me om. Nog geen zin om op te staan. Slapen ging ook niet meer: te wakker. Ik bleef nog een half uurtje liggen, daarna moest ik naar het toilet. Of ik wilde of niet. Dan ook maar koffie en een ontbijtje. Ik zocht wat dingen bij elkaar en trok de gordijnen open. Lekker weer, zag ik. Straks naar Ruben, ik had er zin in.

Ruben duidelijk ook. Hij was enthousiast toen hij me zag. Hij kraaide, strekte zijn arm naar me toe. Lisanne lachte toen ze me zag.
‘Hij heeft je gemist.’
Ik glimlachte.
‘Hoe was de intro? Ik had je vandaag nog niet zo vroeg verwacht.’
‘Gaaf. Was erg leuk. En vermoeiend. Maar ik heb me prima vermaakt.’
‘Hoe gaat het op de kamer?’
‘Hele week samen geslapen,’ grijnsde ik. ‘Wat dacht je dan. We hadden twee intrologés.’
‘Gezellige bende dus?’
Ik knikte. Mijn hand werd samengeknepen door die van Ruben.
‘Ze sliepen op de kamer van Wijnand.’
Ze lachte. ‘Vandaar dat hij bij jou sliep.’
‘Ja, tuurlijk,’ spotte ik, ‘anders waren we nooit op dat idee gekomen.’
Ruben kraaide, alsof hij de grap begreep.
‘Wijnand ook leuk gehad?’
Ik knikte. Ja, ik wist waarom ze dat vroeg. Wijnand was er bijna nooit. Hij en Ruben hadden niet zo’n klik samen. Ruben vond hem niet interessant, Wijnand wist zich nooit een houding te geven als hij meeging. Hij voelde zich ongemakkelijk bij hem. Ruben negeerde hem ook, als Wijnand mee kwam dan was hij meer een toeschouwer die keek hoe Ruben en ik met elkaar om gingen. Ik vond het jammer, als hij er wat meer moeite voor zou doen dan zou Ruben best wel aan hem wennen. Maar hij deed het niet.
‘Is hij thuis?’
‘Naar zijn ouders,’ zei ik kort.
Lisanne glimlachte en aaide een keer over mijn hoofd. Dat deed ze al toen ik nog een stuk kleiner was. Nu leek het misschien raar, maar ik vond het prima. Op sommige momenten fijn zelfs. Ze begreep me. Accepteerde me zoals ik was.
‘Ja!’
We lachten om Ruben’s protest. Ik keek hem aan en trok hem naar me toe. Hij hield me meteen vast, ongecontroleerde hand op mijn rug. Hij kraaide hard in mijn oor.
‘Jaloers, jaloers,’ hoorde ik Lisanne nog lachen.

Het ging prima. Ik was snel gewend op de uni. Veel thuis werken, maar dat vond ik niet erg. Ik was ook het liefst op mijn kamer. Mijn eigen domein, waar niemand mij wat kon maken. Op mijn kamer kwam het besef dat ik al die jaren thuis altijd dingen moest verbergen. In ieder geval dat gevoel had. Altijd geheimen meedragen, altijd op mijn hoede zijn om niet de verkeerde dingen te doen of te zeggen. Hier kon ik echt mezelf zijn. Wijnand merkte het ook aan me. “Je bent anders,” zei hij wel eens. Vrijer, vrolijker. Zo voelde ik me ook. We waren veel bij elkaar, maar af en toe had ik de behoefte om alleen te zijn op mijn kamer. Ik zei dan wel eens tegen hem dat ik het druk had, dingen af moest maken. Hij bleef dan op zijn kamer, ik op de mijne. Wat ik dan deed maakte me niet uit. Vaak had het geen bal met mijn studie te maken, maar dat hoefde Wijnand niet te weten. Jurre zat in dezelfde studierichting, dus die zag ik regelmatig. Soms kwam hij ook mee naar mijn kamer. Het begon een goede vriend te worden.

We zaten aan de tafel. Naast elkaar, voor de ruimte had ik de tafel weer gewoon tegen de muur geschoven. Soms stond hij in het midden, als we samen met alle huisgenoten aten. Spullen voor het eten stonden er in een tas naast. Hij bleef eten, we hadden een feest die avond. Achter ons bonkte iemand op de deur, die daarna meteen verder open ging.
‘Weekend,’ lachte Wijnand.
Ik draaide me half om en lachte terug. Hij kwam naar me toe en gaf me een kus.
‘Bier om het in te luiden?’
‘Prima,’ zei ik, ‘er is genoeg.’
‘Boodschappen gedaan?’
‘Ja, met Jurre. Kratje is van hem, als dank voor het vele mee eten en zo.’
Wijnand glimlachte en klopte hem op zijn schouder. ‘Goed bezig.’
Wijnand pakte drie flesjes en gaf ons er eentje.
‘We hebben kip gehaald,’ zei ik.
‘O, ik eet niet mee denk ik.’
‘Niet?’ vroeg ik verbaasd.
‘Zometeen al naar huis denk ik.’
Ik was teleurgesteld en dat zag hij. Ik kreeg een kus op mijn voorhoofd. Daarna ging hij zitten.
‘Sorry. Ik dacht dat je dat wist.’
‘Dat je dit weekend naar huis zou gaan ja, maar niet zo snel.’ Ik keek naar Jurre. ‘Dat wordt dooreten.’
Jurre glimlachte. ‘Komt goed toch?’
Wijnand dronk snel.
‘Ik ga mijn spullen bij elkaar zoeken. Heb ik de trein van vijf uur nog.’
‘Oké,’ zei ik, nog steeds teleurgesteld.
Hij stond op en aaide een keer door mijn haar. Jurre keek en glimlachte. Dat had hij nog nooit gezien van ons volgens mij. Goed, hij had het al lang kunnen raden, maar hij had er nooit iets over gezegd of gevraagd. Na een minuut of tien kwam Wijnand terug de kamer in.
‘Ik ben weg,’ zei hij.
‘Is goed,’ zei ik.
Hij gaf me een kus. ‘Braaf zijn hè?’
‘Ik zal het proberen,’ grijnsde ik.
‘Doei Jurre.’
Jurre stak zijn hand op. ‘Doei.’
En weg was hij. Jurre keek me even onderzoekend aan, maar ik liet verder niets merken.
‘Kom,’ zei ik, ‘we gaan eten koken.’

Samen doken we de keuken in, binnen een half uur zaten we op mijn kamer, dampend bord voor onze neus.
‘Lekker,’ zei Jurre.
‘Ik vind het ook prima te doen,’ glimlachte ik. ‘Je mag vaker helpen.’
‘Dat ruikt lekker!’ hoorde ik Karlijn vanaf de gang roepen.
‘Moet je ook wat?’
Het bleef even stil. Daarna ging mijn deur open.
‘Nou…’
Ik lachte. ‘Pak een bord, er is genoeg.’
Karlijn ging weg en was vrij snel terug met een bord en lepel.
‘Lekker jongens.’
‘Eet ze.’
Ze schoof een klapstoeltje dichterbij.
‘Waar is Wijnand?’
‘Naar huis,’ zei ik, ‘je zit zijn prak op te eten nu.’
‘Gezellig,’ zei ze.
Ik keek even veelbetekenend maar liet het er bij. Geen zin in geouwehoer. Bovendien, waar deed ik moeilijk over? Hij zou toch naar huis gaan, en ik naar dat feest. Niets mis mee.
‘Ik moet echt gaan,’ zei Karlijn toen ze haar bord leeg had. ‘Sorry. Pappie en mammie wachten. Hij is jarig vandaag.’
‘Gefeliciteerd.’
In de deuropening keek ze naar haar bord. ‘Mag ik…?’
Ik lachte. ‘Ja, dat nemen we wel mee, ga maar.’
‘Je bent een schat.’ Ze kuste lachend de lucht en ging.
Jurre lachte. ‘Maffe meid.’
‘Zeker, maar ze is wel aardig. Zorgt voor de gezelligheid in huis.’
‘Zeker. Was ook een prima intromama.’
Ik lachte. ‘Geloof ik graag.’
‘Zullen we dit maar meteen afwassen en daarna koffie?’
Ik haalde mijn schouders op. ‘Doe ik morgen wel.’
‘Ben je gek. Met z’n tweeën is het zo gebeurd, als je dat morgen alleen moet doen…’
Ik stond met een zucht op. ‘Vooruit dan.’
‘Het hoeft niet hoor, ik bied het aan.’
‘Kom op dan.’
Ik waste af, hij droogde de boel.
‘Hoe zit dat nou tussen jullie?’ vroeg hij ineens.
‘Wat?’
‘Jij en Wijnand.’
‘Wat wil je weten?’
‘Jullie hebben iets, toch?’
‘Ja,’ zei ik nuchter.
‘Al lang?’
‘Meer als een jaar.’
‘En dan samen in een studentenhuis, gaaf.’
‘Is het ook,’ grijnsde ik.
‘Hij gaat best vaak in het weekend naar zijn ouders toch?’
‘Bijna ieder weekend, ja.’
‘Jij bijna nooit toch?’
‘Nee,’ zei ik.
We keken elkaar even aan.
‘Laat maar,’ zei ik. ‘Gaat niet zo goed thuis. Zoon is homo, moeilijk, moeilijk.’
‘Jezus, meen je niet.’
‘Jawel. Ze weten ook niets van Wijnand. Dus ook niet dat ik zo’n beetje samenwoon.’
‘Niet?’
‘Nee.’
Hij hield me goed bij met afdrogen. Hij trok het hete bord uit mijn hand. ‘Lijkt me lastig.’
‘Soms. Af en toe komt mijn moeder langs, en die mag niets merken. Wijnand blijft dan op zijn kamer en zo. Karlijn weet er van, en Gijs. Iedereen speelt mee.’
‘Maar ze weten het op zich wel van je?’
‘Kun je wel stellen ja.’
Jurre schudde zijn hoofd. ‘Da’s kut.’
‘Het went.’

Tijdens de koffie praatten we er nog over verder. Jurre was begripvol, ik vertelde hem eigenlijk ook veel te veel. Over het park, over Stijn. De details over André liet ik maar even zitten. Jurre luisterde, zonder te veroordelen. Hij snapte me, leek het wel. Maar nu waren we in de soos, en stonden we met een flinke beker bier in onze handen. Het was gezellig en druk. Floris kwam binnen.
‘Waarom is die niet mee blijven eten?’ vroeg ik.
‘Geen idee,’ zei Jurre.
Floris kwam er bij staan en had binnen een paar tellen een bier in zijn handen. Jurre bleef bij hem in zijn buurt. Ik werd afgeleid door Mark, mijn maatje van de middelbare school. Samen met andere studiegenoten werd er veel gedronken en gelachen. Er stond een meisje bij Jurre en Floris. Ik had haar wel eens vaker gezien, maar ik had geen idee hoe ze heette. Er was iets met die drie. Ik zag het aan hun houding en alles. Ik haalde nog een nieuw biertje en ging naar ze toe. Floris stond met haar te praten.
‘Mag ik jou nou wat vragen?” zei ik tegen Jurre.
‘Ja?’
‘Wat is dat tussen jou en Floris?’
‘Hoe bedoel je?’
‘Jij snapt heel goed wat ik bedoel. Jij. Floris.’
Hij grijnsde. ‘Er is niets.’
‘Maar?’
‘Oké, oké, ja. Dat vind ik jammer.’
‘In het begin dacht ik toch echt dat er iets gaande was tussen jullie.’
Jurre lachte, maar keek daarna serieus. ‘Dat dacht ik toen ook.’
‘Maar?’
Hij haalde zijn schouders op. ‘Maar niets.’
‘Zelfs Karlijn dacht het toen.’
‘Echt?’
‘Meteen de eerste dag al.’
Jurre lachte. ‘Hij is…’ Hij twijfelde, hield zijn mond.
‘Leuk?’ raadde ik.
‘Ook. Maar dat bedoel ik niet. Laat ik het zo zeggen, hij is niet helemaal hetero.’
‘Dus toch?’
‘Het zit ingewikkelder. Volgens mij is hij bi en onderdrukt ie zijn ene kant helemaal.’
‘Nou ben ik toch benieuwd waarom jij dat denkt.’
‘Omdat hij de eerste nacht bij jullie toen tegen me aan is gekropen.’
Ik grijnsde.
‘Ik dacht dat dat maar één ding kon betekenen.’
‘Zou ik ook denken.’
‘Nou ja, ik ben wel op onderzoek uitgegaan natuurlijk.’ Hij ging tegen me aan hangen. ‘Zijn pik. Mega. Niet normaal.’
Hij zei het samenzweerderig, in mijn oor. Duidelijk gedronken. Ik schoot in de lach.
‘Echt, niet normaal. Hij liet het ook toe, deed hetzelfde terug. Maar toen ik wilde zoenen draaide hij weg.’
‘Ook zonder zoenen kun je leuke dingen doen toch?’
‘Ja, had ik beter wel kunnen doen ja. Maar daardoor hield ik op. Kort daarna sliepen we.’
Ik keek hem verbaasd aan.
‘Nou ja, slapen… Proberen dan. Ik heb nog lang na liggen denken.’
‘Nooit meer met hem over gehad?’
‘Jawel. De avond erna zelfs. Afgemaakt ook die keer. Maar niet zoenen.’
‘Raar.’
Jurre keek naar hem en het meisje. ‘Hij vindt haar leuk.’
Hij zei het jaloers, met een beetje spijt in zijn stem. Ik wreef een keer over zijn rug.
‘Gebeurt toch niet,’ zei hij er achter aan.
‘Niet?’
‘Veel te verlegen.’
‘Stille jongen.’
Jurre glimlachte en knikte.

Er kwamen meer mensen bij staan, we dreven zelfs weer uit elkaar. Af en toe zocht ik ze met mijn blik, kijken hoe het ging. Raar. Goede vrienden volgens mij, maar meer niet. Op die paar nachten na dan. Ik zag Floris nergens meer. Waren ze al weg? Nee, Jurre stond nog bij de bar. Behoorlijk aangeschoten nu. Zeg maar gerust dronken.
‘Zeg, gaat ie nog?’ vroeg ik toen ik bij hem was gaan staan.
‘Jawel.’
Ik lachte.
‘Hij is weg.’
‘Floris?’
Jurre knikte. ‘Weg. Naar huis.’
‘ Het begint ook leeg te lopen hier.’
‘Zonder iets te zeggen.’ Hij keek naar me. ‘Weg. Naar huis.’
‘Zonder iets te zeggen?’
‘Ja, hij had zijn jas aan, zwaaide en was weg.’
‘En nu?’
‘En nu drink ik.’
Ik lachte weer, sloeg even een arm om hem heen. ‘Veel,’ zei ik.
‘Ja.’
Hij draaide zich om naar de bar. ‘Jij nog eentje?’
‘Nee, ik ga zo naar huis.’
Hij had de jongen achter de bar al geroepen, maar maakte nu een gebaar dat het niet nodig was.
‘Naar huis?’
‘Ja.’
Hij hing ineens zwaar tegen me aan.
‘Mag ik mee? Bij jou blijven slapen bedoel ik.’
© 2012 Oliver Kjelsson