Voorbeeld (deel 5)

‘Wat is dit?’ bulderde hij.
Wat kon ik daar op antwoorden? Waar zag het naar uit? Ik zat zonder kleren op een naakte jongen, in de tuin, zaad nog op mijn buik. God, wat was dit gênant. Die schaamte was wel het laatste waar ik me zorgen om maakte. Ik had nu echt een dik probleem. Ralf lag nog onder me, keek geschrokken om. Daarna draaide hij zich meteen naar mij, paniek in zijn ogen. Mijn vader kwam naar me toe gelopen. Hij pakte mijn arm en trok me omhoog.
‘Ga douchen,’ commandeerde hij.
Hij rukte hard aan mijn arm en gaf me een schop na.
‘En jij,’ hoorde ik achter me, ‘wegwezen. En snel.’
Ik draaide me om en zag dat hij Ralf omhoog probeerde te trekken aan zijn arm. Ralf was snel, stond binnen een paar tellen op zijn benen.
‘Raak me niet aan,’ zei hij pissig.
Hij griste zijn kleren van de stoel en de grond en wilde zijn broek aantrekken. Mijn vader duwde hem richting mijn kamer.
‘Rustig,’ zei Ralf kwaad, ‘ik ga al.’
We keken elkaar niet aan. Hij trok zijn shirt snel over zijn hoofd en stapte in zijn schoenen. Toen hij aangekleed was duwde mijn vader hem mijn kamer in, naar de deur.
‘Ralf,’ zei ik, ‘sorry…’
‘Mond dicht, jij ging douchen. Ik praat zo wel met jou, eerst gooi ik dit hier buiten.’
Ralf keek me met opengesperde ogen aan. ‘Laat je niet kisten, Jarno.’
Daarna was hij weg, samen met het gevloek van mijn vader. Ik ging de badkamer in, deed de deur op slot en zette de kraan aan. Ik spoelde alles van me af. Mijn vader was duidelijk weer terug. Hij probeerde de klink, bonkte daarna op de deur.
‘Als je klaar bent kom je naar de woonkamer!’
Dag, mooi niet. Ik bleef hier nog wel even staan. Hij was gek geworden, zo kwaad had ik hem nog nooit gezien. Ik zakte door mijn knieën en sloot mijn ogen. Het water stroomde over me heen. Ik had het echt verknald nu. Wat deed hij ook ineens weer thuis? Ik werd kwaad. Gewoon naar huis gekomen om mij te controleren waarschijnlijk. Hij was ziek, knettergek. Dit ging niet goed aflopen.
‘Jarno, opschieten!’
‘Nee!’
Hij riep vanuit de gang, maar stond daarna duidelijk aan de andere kant van de deur. Zijn vuist bonkte.
‘Nu!’
‘Nee!’
‘Jarno…’ klonk het dreigend. ‘Jij komt NU die badkamer uit.’
‘Flikker op, koel eerst maar af!’
Hij bonkte weer. Ik duwde mijn handen op mijn oren, hield mijn kop onder de douchekop. Ik wilde hem niet meer horen. Ik trilde, begon te janken. Vaag in de verte hoorde ik hem nog tieren. Mijn handen duwden harder, het water kletterde op mijn hoofd. Na een tijdje luisterde ik weer, het was rustig. Was hij weg? Ik stapte voorzichtig uit de douche en luisterde aan de deur. Niets. Hij was weg. Ik ging weer onder de douche staan en sloot mijn ogen. Het water stroomde nu al bijna twintig minuten. Ik kon weer rustig nadenken. Even mezelf herpakken. Wat moest ik doen? Wat kon ik doen? Ik moest toch een keer onder die douche uit en mijn kamer in. Ik kon me niet blijven opsluiten. Ik draaide de kraan dicht en pakte een handdoek. Ik droogde de spiegel af en keek naar mezelf. Ik had een rode vlek op mijn schouder. Ik grijnsde. Tanden van Ralf. Hij had zijn mond er op gedrukt en daar gehouden. Ik keek hoe ik mezelf afdroogde. Mijn vader had gehoord dat mijn douche uit was, hij stond weer voor de deur.
‘Jarno, kom er uit.’
‘Ben je afgekoeld?’ vroeg ik vijandig.
Waarom deed ik dat nou weer? Hij was al kwaad genoeg. Zijn reactie verbaasde me.
‘Ja,’ zei hij serieus.
‘Ik kom zo.’
Het bleef stil. Met een zucht ging ik op het deksel van het toilet zitten.
‘Jarno, waar blijf je?’
‘Ik wacht tot mama thuis is.’
‘Die is thuis. Schiet op.’
Wat? Die was al thuis? Ze waren gek geworden. Had hij haar nou echt gebeld en verteld wat er gebeurd was? Tot daar aan toe, maar was ze hier meteen voor naar huis gekomen? Ik stond weer op en deed voorzichtig de deur van het slot. Traag opende ik de deur en keek. Niemand. Gelukkig. Ik liep naar mijn bed en zag buiten mijn kleren nog liggen. De kussens waren weer terug in de stoelen gelegd. Ik stapte door de schuifpui naar buiten en trok snel mijn broek aan. Mijn shirt lag nog op de grond in mijn kamer. Weer aangekleed liet ik me op bed vallen. Wat een puinhoop. Ik keek naar buiten. Daar in het gras was het gebeurd. Ik zag het weer voor me. Het was gaaf geweest. Superlekker. Ralf was een leuke jongen, mooi ook. Waarschijnlijk wilde hij nog steeds niets van mij, was dit gewoon een avontuurtje voor hem. Het maakte me niet meer uit. Ik had meegemaakt wat ik wilde. Met een jongen die ik leuk vond, of hij nou verder iets met me wilde of niet. Hoewel… Hij was niet voor niets gekomen, hij had niet voor niets contact met me opgenomen nadat ik hem dat berichtje had gestuurd. Dan moest hij toch wel iets om me geven, toch? Ik draaide me glimlachend op mijn zij. Ralf vond mij ook gewoon leuk. Ik werd gestoord door de deur die weer open ging. Mijn vader. Nors.
‘Waar blijf je?’
‘Ik kom.’
‘Nu.’
Hij bleef staan. Ik stond op, liep achter hem aan naar de woonkamer. Dit ging niet leuk worden. Mijn moeder zat in de bank. Had ze nou rode ogen? Waarom dat nou weer? Ik voelde me ineens schuldig. Ik had het nooit moeten doen. Niet hier. Niet thuis. En zeker niet in de tuin. Stomme lul die ik ben.
‘Zeg het maar,’ zei ik vanuit het niets.
‘Zeg het maar? Zeg het maar? Ik denk dat wij een uitleg van jou willen hebben.’
‘Ik heb niets uit te leggen.’
‘Dat denk ik toch wel,’ zei mijn vader kwaad. ‘Wij hadden je verboden nog met die jongen contact te hebben, en dan lig je er naakt mee te rotzooien in de tuin!’
‘Dat was ook niet de bedoeling.’
‘O, nee, natuurlijk niet. Je nodigt zo’n jongen gewoon alleen maar uit.’
‘Echt.’
‘Je weet toch wat dat soort jongens willen? Doe nou niet dat het je verraste. Zo zijn ze. En dat weet jij ook. Daar zijn ze op uit.’
Ik wilde wat zeggen maar mijn moeder was sneller.
‘Heeft hij je iets laten doen tegen je wil?’
Ze vroeg het voorzichtig. Bezorgd. Gevaarlijke vraag. Wat ik ook antwoordde, het was fout. Als ik ja zei dan gingen ze achter Ralf aan. Als ik nee zei…
‘Nee. Het was mijn idee.’
‘Ik vraag me echt af wat ik erger vind,’ nam mijn vader het gesprek weer in handen, ‘dat je toegeeft aan die smerige dingen, of dat je tegen ons liegt.’
‘Ik lieg niet. Ik heb niets tegen mijn wil gedaan.’
‘Je liegt. Je zei dat je geen contact meer met hem had. Je bent nog geen dag alleen thuis of je ligt al met hem te vozen hier in huis. Hoe kan ik jou ooit nog vertrouwen?’
Ik zweeg. Ik wist het ook niet.
‘Vanaf nu heb je huisarrest. Je blijft gewoon binnen. Ik heb jouw telefoon al meegenomen, die heb je toch niet meer nodig. Ik werk de komende tijd thuis.’
‘Wat?!’
‘Geen grote mond nu Jarno. Je bent echt te ver gegaan.’
Ik stond vloekend op.
‘Jarno! Zitten! En geen grote bek nu! Zolang je hier woont leef je naar onze regels. En dat betekent geen rare dingen met jongens. De komende week blijf je gewoon binnen. Dat zal je leren niet toe te geven aan jongens zoals die Ralf.’
‘Het is godverdomme mijn gevoel, niet dat van jou! Ik doe wat ik wil! Als ik met jongens af wil spreken dan doe ik dat! Jij hoeft het toch niet te doen?’
‘Jarno!’
Ik stond op, wilde niets meer horen. Ik liep naar de deur.
‘Jarno, blijf zitten.’
Ik liep gewoon door, smeet de deur van de kamer achter me dicht.
‘Jarno kom terug!’
Ik gaf geen reactie. Mijn vader kwam achter me aan, trok de deur weer open.
‘Terugkomen!’
Ik had de deur van mijn slaapkamer al in mijn hand. ‘Flikker op!’
Achter me knalde de deur van mijn slaapkamer dicht. Mijn vader zou hem zo wel weer open duwen. Ik was verbaasd toen dat niet gebeurde. Ik liep de tuin in en staarde voor me uit. De kleine kinderen van de buren sprongen in het zwembad in hun tuin, hoorde ik. Mijn ogen prikten weer. Ik ging terug naar binnen, liet me op bed vallen en trok het dekbed over me heen. Ik wilde even helemaal niets meer.

Mijn moeder maakte me wakker. Ze schudde voorzichtig aan mijn schouder.
‘Jarno… Jarno. Word je wakker?’
Met dikke ogen kwam ik met mijn hoofd onder het dekbed vandaan. ‘Huh?’
Ze glimlachte. ‘We gaan eten.’
Ik kreunde, nog steeds maar half wakker. ‘Ik heb geen honger.’
‘Je moet wat eten, jongen.’
‘Ik heb geen honger.’
Haar glimlach verdween een beetje. ‘We eten over vijf minuten.’
Ze draaide zich om en ging. Ik draaide op mijn rug en kreunde weer. Langzaam zakten mijn ogen dicht. Ze had gelijk, mijn maag knorde.
‘Jarno!’ riep mijn vader.
Ik zwaaide mijn benen van mijn bed en ging zitten. Met de handen naast me duwde ik me verder omhoog. Ik had buikpijn. Met tegenzin slofte ik naar de woonkamer. Mijn ouders zaten al aan tafel. Afkeurende blik van mijn vader. Ik ontweek hem, keek niet meer terug. Ik ging zitten, bleef naar mijn bord staren. We aten zwijgend, zonder elkaar aan te kijken. Af en toe gluurde ik, mijn vader speelde alsof er niets aan de hand was. Doodrustige blik naar zijn bord of recht vooruit. Mijn moeder tegenover me keek wel naar me. Ik zei niets, probeerde neutraal te blijven kijken en at rustig door. Het smaakte niet, het lag als een klomp in mijn maag. Ik at niet alles op wat me commentaar van mijn vader opleverde. Ik reageerde niet, bleef naar de muur kijken.
‘Jarno,’ probeerde mijn moeder.
‘Mam, ik heb echt genoeg. Ik krijg geen hap meer weg.’
Met een zucht ruimde ze alles af. Mijn vader en ik bleven zitten. Hij keek naar me, voelde ik. Ik keek niet terug. De klootzak.
‘Wel een toetje?’ vroeg mijn moeder alsof er niets aan de hand was.
Ik haalde mijn schouders op.
‘Natuurlijk wel.’
Ze praatte tegen me op de manier toen ik nog een jaar of zes was. Haar kleine jongen. Het ontroerde me. Ik liet het voor me neerzetten. Citroenijs, mijn favoriet. Ik zag de blik van mijn vader. Afkeurend. Ik had huisarrest, en dan ging zij me verwennen met mijn favoriete ijs. Het smaakte ineens een stuk beter.
‘Nog wat?’
Ik knikte naar mijn moeder. Ze vertroetelde me.
‘Blijkbaar was er toch nog ruimte genoeg in die maag van je,’ kon mijn vader niet nalaten te zeggen.
Ik antwoordde met een ruk met mijn schouders en at gewoon door. Zijn lepel ging feller in het ijs voor hem dan anders. Hij ergerde zich. Dat ging nog een gesprek worden tussen hem en mijn moeder. Ik voelde me weer schuldig. Kreeg zij ook nog woorden met hem door mij. Ik at mijn ijs op en wachtte tot zij klaar waren. Mijn moeder ruimde weer af. Mijn vader bleef zitten, ik stond op.
‘Welterusten,’ zei ik toen ik naar de deur liep.
Hij zei niets terug. De boodschap was wel duidelijk, ik ging en wilde ze de rest van de avond niet meer zien. Ik keek hoe laat het was. Nog een half uurtje, dan kwamen de meesten weer bij elkaar op het bankje. Even weg van die shit thuis.

Jorick was vroeger dan normaal. Hij belde aan. Ik kwam net uit mijn kamer toen mijn vader de voordeur al open deed.
‘Jarno blijft thuis vanavond,’ zei hij meteen, ‘Hij heeft de komende tijd huisarrest.’
Jorick keek verbaasd, eerst naar hem, daarna naar mij.
‘Ik kan toch wel even met de rest naar buiten?’ zei ik verdedigend.
‘Huisarrest is huisarrest,’ was zijn simpele antwoord.
Ik protesteerde. ‘Pap…’
‘Jij blijft gewoon binnen!’
Jorick zijn mond viel open, hij zette al weer een paar stappen achteruit. Mijn vader knikte nog even naar hem en deed toen de deur weer dicht. Ik wilde nog wat zeggen, maar zijn blik sprak boekdelen. Ik smeet de deur van mijn kamer dicht en ging weer op bed liggen, dekbed over mijn kop. Ik wilde slapen.

Dat lukte me niet. Een uur later kwam mijn moeder de kamer in, nadat ze voorzichtig op de deur had geklopt. Ze zette een glas cola naast mijn bed op het nachtkastje neer.
‘Hier, je wilt vast wel wat drinken.’
Ze was lief.
‘Dank je.’
Ze glimlachte, wist duidelijk niet wat ze moest zeggen.
‘Mam?’
‘Ja?’
‘Waarom is papa zo? Waarom doet hij dit?’
Ze schudde haar hoofd, keek alsof ze me begreep.
‘Hij is kwaad omdat je gelogen hebt tegen hem.’
‘Maar ik kon toch ook niet anders? Hij was zo kwaad omdat ik Ralf had leren kennen…’
‘Waarom doe je dat dan ook?’
‘Ik was nieuwsgierig.’
‘Nieuwsgierig?’
‘Ja. Ik had hem via internet leren kennen en ik wilde hem wel eens ontmoeten. Hij is gewoon een gezellige gast mam, echt. Niet zoals hij denkt.’
Ik zei het met een afkeurende blik naar de deur, alsof ik mijn vader daar doorheen in de woonkamer kon zien zitten.
‘Hij is gewoon boos omdat je dat achter onze rug om gedaan hebt.’
‘Ik had hem hier ook niet uit moeten nodigen.’
‘Je had gewoon helemaal niet met hem af moeten spreken, ook op dat feest niet.’
‘Ik had ook niet met hem afgesproken op dat feest. Ik wilde er gewoon zelf naartoe.’
‘Waarom dan?’
‘Ik was nieuwsgierig. Ik weet al een tijdje van mezelf dat ik homo ben.’
Ze glimlachte. ‘Dat denk je maar, Jarno.’
‘Mam, ik ben het echt. Ik weet toch wat ik voel?’
Ze legde haar hand op mijn knie. ‘Je bent nog jong. Er gebeurt van alles met je. Hormonen… Je lichaam verandert. Natuurlijk ga je op zoek naar jezelf. Daar hoort twijfel bij, dat is heel normaal. Maar daar moet je niet altijd aan toegeven. Je komt vanzelf een keer een leuk meisje tegen en dan zul je zien dat er niets aan de hand is.’
‘Mam…’
‘En tot die tijd moet je niet zo over jezelf twijfelen, jongen. Geloof me, het komt allemaal goed. Je moet alleen niet aan die twijfel toegeven want dan ga je er in mee.’
‘Mam, hou op. Ik ben wie ik ben.’
Ze schudde haar hoofd. ‘Probeer nou maar gewoon tot rust te komen, dan wordt het wel duidelijk voor je.’
Ik schudde mijn hoofd.
‘En hou een beetje rekening met je vader. Hij heeft het er al moeilijk genoeg mee. Hij verwacht veel van je. Je doet het goed op school, gooi dat nou niet weg.’
‘Dat doe ik toch ook niet?’
‘Gewoon sterk zijn,’ ontweek ze me.
Ze stond op en liep naar de deur nadat ze nog een keer op mijn bovenbeen had getikt met haar hand.
‘Mam?’
Ze draaide zich om.
‘Verwacht hij zoveel van mij vanwege Ruben?’
‘Hij wil een echte man van je maken. Je bent de enige zoon die dat kan, Jarno.’
‘Ik ben een echte man. Maar ik kan mijn gevoel niet veranderen.’
Haar gezicht vertrok. ‘Dat kun je wel.’
Daarna was ze weg. Ik stompte mijn vuist in mijn kussen en stond op. Ik trok met een ruk de schuifpui verder open en ging buiten staan. Ik dacht een goed gesprek met mijn moeder te hebben, maar ze was net zo gek als mijn vader. Ik liep terug naar binnen en ging op bed liggen. Kijkend naar het plafond liet ik alles nog eens voorbij komen. Vooral wat mijn moeder had gezegd. Hoe kon ik dit nou zo draaien dat ik weer een beetje normaal kon leven hier in huis? Hoe kon ik ze ooit overtuigen dat er niets mis was met mij?

Ik schrok wakker van een hand op mijn schouder.
‘Ssst,’ siste Jorick meteen.
‘Wat doe jij hier? Hoe laat is het?’
‘Het is bijna twaalf uur.’
‘Wat doe je hier?’
‘Ik heb gewacht tot jouw ouders gingen slapen. Ik ben door de struiken gekropen, achterom.’ Hij grijnsde. ‘Je schuifpui stond nog open.’
‘Ik ben in slaap gevallen denk ik.’
‘Jarno, wat is er allemaal aan de hand? Je nam de hele dag je telefoon al niet op, reageerde niet op sms’jes… En toen ik hier voor de deur stond wist ik helemaal niet wat ik meemaakte.’
‘Ze zijn gek geworden, echt.’
‘Wat is er dan gebeurd?’
‘Dat wil je niet weten.’
Jorick keek me aan en glimlachte. ‘Jarno…?’
‘Ralf was hier vanmorgen. Mijn vader kwam thuis om me te controleren.’
‘Oh-oh…’
‘We lagen in de tuin.’
‘Lagen?’
Ik knikte.
‘In wat voor staat? Zoenen?’
‘Kleren uit, al lang.’
Hij lachte zachtjes. ‘Mijn god. Sukkel.’
‘Hij komt anders nooit overdag thuis, en mijn moeder was ook op haar werk.’
Jorick schudde zijn hoofd.
‘Ik heb huisarrest en geen telefoon meer. Hij blijft deze week thuis werken om me in de gaten te houden. Internet met dat draadloze kastje durf ik nu ook niet meer te gebruiken.’
‘Hij is echt gek.’
‘Ik zei het toch altijd al?’
‘Kan ik iets voor je doen?’
‘Ik zou zo niet weten wat. Ik weet het ook even niet meer.’
‘Ik kom morgen nog wel een keer langs.’
‘Dank je, echt.’
Jorick stond op van de rand van mijn bed en ging naar buiten. Ik schoof de pui dicht en zag hem door de struiken wegkruipen. Ik glimlachte. Vriend door dik en dun.

Ik was pas laat in slaap gevallen en werd pas tegen twaalf uur wakker. Ik slofte naar de badkamer en slofte daarna naar de keuken. Ontbijt. De deur van het kantoor stond open. Mijn vader zat achter zijn bureau te werken. Hij zat aan de telefoon met iemand. Ik keek, hij keek terug. Ik draaide mijn hoofd weg en ging wat te eten pakken. Ik zat onderuit in de bank en zapte door de kanalen van de tv. Geen reet te beleven. Mijn vader kwam even binnen om een kop koffie te pakken. Negeren die vent. Ik was niets waard, net zoals mijn broertje. Ruben. Ik was van plan om naar hem toe te gaan. Ik was er al twee dagen niet geweest.
‘Pap?’ zei ik voor ik er erg in had. ‘Ik wou vanmiddag naar Ruben.’
‘Je gaat de deur niet uit.’
‘Ruben kan hier niets aan doen, die heeft recht op bezoek.’
‘Ik zei dat je de deur niet uitgaat. Daar had je dan maar eerder aan moeten denken.’
‘Ik ga toch.’
Hij stond nu stil. ‘Jij weet echt van geen ophouden hè? Jij,’ zei hij met een wijzende vinger, ‘blijft thuis. Basta.’
Hij beende de kamer uit, terug naar zijn kantoor. Ik hoorde de deur klappen. Ik bleef mokkend in de bank zitten. Hij liet me zelfs niet naar Ruben gaan. Hier ging ik het met mijn moeder over hebben. Dit sloeg echt nergens meer op. Ruben kon er toch niets aan doen? Kon ik er niet gewoon tussenuitknijpen? Via dezelfde manier als Jorick de afgelopen nacht? Ik ging terug naar mijn kamer, deed mijn schoenen aan en schoof de pui voorzichtig een stukje open. Ik sloop naar buiten, door de struiken heen. Ik pakte mijn fiets voorzichtig uit de garage en reed als een idioot de straat uit. Ik grijnsde. Ik was buiten! En ik ging naar Ruben. Die had me nodig. Ik trapte snel door. Ik had nog de hele middag, tegen de tijd dat we gingen eten was vroeg genoeg om terug te komen. Ruben zag me binnenkomen en reageerde meteen. Ik glimlachte. Mijn broertje.
‘Ja,’ zei hij toen ik hem vastpakte.
‘Ruben lief,’ zei ik.
Lisanne kwam binnen en glimlachte. ‘Ik dacht al, waar blijf je?’
‘Ja, er kwam wat tussen.’
Lisanne keek me aan. ‘Wat is er, Jarno?’
‘Ja,’ zei Ruben.
‘Ik heb huisarrest.’
‘Heb of had? Nog steeds?’
‘Nog steeds.’
‘Wat doe je dan hier?’
‘Ik ben ontsnapt.’
‘Jarno… Niet slim. Maar waarom heb je huisarrest?’
‘Mijn vader kwam ineens thuis, ik had een jongen op bezoek.’
‘Een jongen?’
Ik keek schuldig. ‘Ja.’
‘Leuke jongen?’
Ik knikte lachend.
‘Hij heeft jullie toch niet betrapt hè?’
‘Jawel. Daarom heb ik ook huisarrest. Hij ging door het lint.’
Ze schudde haar hoofd. ‘Kon je geen smoes verzinnen?’
‘Uhm…’
‘Hij heeft je heel erg betrapt?’
‘In de tuin.’
‘Kan toch gewoon een vriend zijn, als je in de tuin zit?’
‘Liggend? Zonder kleren aan?’
Lisanne lachte. ‘Sukkel.’
Ik grinnikte.
‘Serieus Jarno, kijk uit. Je weet hoe hij er over denkt. Nodig dan zo’n jongen ook niet bij jou thuis uit. Had voor mijn part mij gebeld. Ik had gerust voor je willen verklaren dat je bij Ruben bent geweest terwijl je bij die jongen bent. Dit is wel heel erg dom.’
‘Ja, dat weet ik nu ook.’
Ruben klaagde, vroeg om aandacht. Lisanne aaide een keer over zijn bol.
‘Hij heeft je gemist.’
‘Ik hem ook.’
Ze glimlachte en liep naar de deur. Hoofdschuddend.
‘Naakt in de tuin… Je vraagt er om.’
Ze keek bij de deur nog een keer om en knipoogde. ‘Was het lekker?’
Ik lachte. Daarna trok Ruben aan mijn arm.
‘Ja!’
‘Ruben lief,’ glimlachte ik.
Ik kreeg een veeg over mijn wang van zijn natte mond. Hij lachte, ik lachte mee.

Ik had mijn fiets in de garage gezet en liep naar binnen. Mijn vader stond al in de hal te wachten.
‘Waar ben jij geweest?’
‘Bij Ruben.’
‘Je liegt!’
‘Niet. Ik ben bij Ruben geweest.’
‘Je bent bij die smeerlap geweest, ik weet het zeker. Jij gaat nu je kamer in. Ga alsjeblieft douchen, ik wil niet weten wat je gedaan hebt. En je eet op je kamer. Ik wil niet aan één tafel eten met een viezerik.’
Hij raasde, hij tierde. Ik schrok er van. Ik had wel verwacht een uitbrander te krijgen, maar dit? Ik zei niets meer terug. Ik ging mijn kamer in en deed de deur achter me dicht. Goed, niet slim, dat wist ik ook wel. Maar hij wilde me gewoon niet meer geloven, wat ik ook deed, wat ik ook zei. Ik kon me niet voorstellen dat dit nog ging veranderen deze vakantie. Ik schoof de deur naar het terras wat open en ging op de grond zitten. Ik staarde de tuin in. Mijn moeder kwam de kamer in. Ik keek om en zag dat ze een bord vast had met eten. Ze zette het op mijn bureau.
‘Mam, ik ben echt bij Ruben geweest. Dit slaat toch nergens op?’
‘Je had niet moeten gaan, Jarno. Je maakt het zo alleen maar erger.’
‘Wat moet ik dan? Ik kan toch moeilijk de hele vakantie binnen blijven zitten?’
Mijn vader kwam de kamer in.
‘Jij gaat nu gewoon je mond houden! Zolang je het niet snapt kom je de deur niet meer uit. Ik hou voortaan de deur van mijn kantoor open, zodat ik zie waar je heen gaat. Als je ook maar jouw hand op de klink van de voordeur legt heb je al een probleem!’
Hij draaide zich weer om en vertrok. Mijn moeder keek streng, schudde haar hoofd en volgde hem. Daar zat ik, aan mijn bureau, te eten. Ik vroeg me af of de vakantie naar Toscane nog wel door zou gaan. Dat ging me wat worden. Het zou me niet verbazen als mijn vader het zou afzeggen. Aan de andere kant, zo had hij me wel een eind weg bij Ralf. Ik had er in ieder geval geen zin in. Ik moest er niet aan denken om samen met hem in een vakantiehuisje te gaan zitten voor drie weken. Als zij gingen dan was er natuurlijk geen denken aan dat ik thuis kon blijven. Dat stond hij nooit toe. Ik stak het laatste stukje vlees in mijn mond en kauwde. Nee, wat er ook gebeurde, ik ging niet mee op vakantie. Dat nooit. Ik stond op, pakte het bord en bracht het naar de keuken. Daarvoor moest ik wel door de woonkamer. Mijn vader keek me na vanaf de tafel.
‘Al gedoucht?’
‘Nee, Ruben maakte er geen rotzooi van vandaag.’
Hij wou wat zeggen, maar mijn moeder legde haar hand op die van hem. Ze keek me bestraffend aan. Ging ik nog wat zeggen? Ik hield mijn mond maar.
‘Volgende week Toscane,’ hoorde ik mijn vader tegen haar zeggen, ‘dan is hij even weg van alles.’
Ik draaide me meteen om. ‘Ik ga niet mee.’
‘Dat dacht ik toch wel.’
‘Vergeet het.’
‘Jij denkt toch niet dat we jou hier drie weken alleen laten? Dan zit die jongen hier zeker drie weken in huis.’
‘Die is ook op vakantie.’
‘Jij gaat gewoon mee.’
‘Ik ga zo niet met jou drie weken in een huisje zitten. Pas als je weer normaal doet ga ik mee.’
Hij werd rood, stond op.
‘Ik heb het zo gehad met jou! Leer eerst maar eens gewoon te luisteren naar je ouders. Jij gaat gewoon mee!’
‘Vergeet het maar. Ik blijf hier. Als je me niet vertrouwd dan blijf je ook maar lekker thuis!’
Hij kwam naar me toe, wilde slaan.
‘Genoeg!’ schreeuwde mijn moeder.
Ze stond ineens tussen ons in. Mijn vader snoof, keek dwars door me heen. Ik niet minder.
‘Naar je kamer,’ zei ze tegen mij. ‘Er is geen discussie over de vakantie. We gaan gewoon, omdat we dat allemaal nodig hebben.’
‘Nee!’ schreeuwde ik, nog steeds kokend.
‘Jij gaat nu meteen je grote bek houden!’
Mijn vader en ik stonden tegenover elkaar, bijna voorhoofd tegen voorhoofd. Ik zag buiten Jorick voorbij lopen, hij keek naar binnen. Zijn mond viel open. Hij bleef staan. Ik keek mijn vader nog een keer aan, en draaide me toen om. Terug naar mijn kamer.

Jorick zal wel vragen gaan stellen als hij nog even langs kwam. Misschien kon ik wel bij hem thuis blijven. Nee, dat was ook niet mogelijk. Hij ging ook weg. Mijn vader zou het sowieso niet goed vinden. Wat er ook gebeurde, ik moest mee. Volgens mij gingen we voor de grens in de auto al ruzie hebben. Ik bleef op bed liggen, wachten tot ze naar bed gingen. Wachten tot Jorick zou komen. Ik luisterde naar de tv in de woonkamer en wachtte. Wat kon ik doen de komende tijd? De deur uit ging me niet meer lukken, hij hield me nu constant in de gaten. Het geluid in de woonkamer ging uit. Ik hoorde ze door het huis lopen, naar hun slaapkamer. Na een kwartier was het stil. Heel voorzichtig deed ik de deur open. Ik sloop naar zijn kantoor en trok een la van zijn bureau open. Mijn hart bonkte in mijn keel. Bij de onderste la had ik beet. Mijn BlackBerry en mijn oude telefoon lagen erin. Ik pakte mijn oude telefoon en zette hem aan. De simkaart zat er nog in. Mooi. Ik nam hem mee terug naar mijn slaapkamer en hing hem aan de oplader. Met een volle batterij kon ik zeker vijf dagen vooruit. Hij was nog redelijk opgeladen, ik schatte dat het een half uurtje zou duren voor hij vol was. Ik trok mijn rugzakje uit de kast. Niet teveel indoen. Twee shirts, twee boxers. Een extra paar sokken. Voor een andere broek had ik geen plek. Het moest licht van gewicht zijn. Ik sloop de keuken in en sloop terug met een pak koekjes en drie blikjes cola. Ik schrok van Jorick toen ik terug in mijn kamer kwam.
‘Wat ben jij aan het doen?’ vroeg hij met een blik naar mijn rugzakje en naar de blikjes in mijn hand.
‘Ik ga op vakantie,’ zei ik cynisch.
‘Jarno… Wat ga je doen?’
‘Ik ga weg.’
‘Waar naar toe? Naar die jongen?’
‘Ik weet nog niet eens waar ie woont.’
‘Wat dan?’
‘Maakt me niet uit, alles is goed zolang het maar niet hier is.’
‘Wat was dat vanavond, ik dacht dat jullie gingen vechten.’
‘Het scheelde niet veel geloof ik. Ze willen dat ik zaterdag mee ga op vakantie, en daar heb ik dus geen zin in.’
‘En dus ga je maar weg?’
‘Wat moet ik anders?’
Daar had hij geen antwoord op.
‘Dus ga ik weg,’ antwoordde ik voor hem.
‘Waarheen dan?’
Ik had alles al in mijn rugzakje gestopt en keek naar mijn telefoon. Vol.
‘Zie ik nog wel. Ik ben bereikbaar,’ zei ik en hield mijn telefoon omhoog.
Jorick schudde zijn hoofd.
‘Slaap bij mij,’ zei hij ineens, ‘kijken we morgen verder.’
‘Nee,’ zei ik. ‘Daar gaan ze als eerste zoeken. Hou er maar rekening mee dat ze bij je aan de deur staan morgen.’
‘Jarno…’
‘Ik ben weg,’ zei ik en liep naar de tuindeur.
Jorick volgde me. Ik schoof de deur zachtjes dicht tot de klink aan de binnenkant vast klikte. Ik had de sleutels van de voordeur in mijn zak, maar die klik voelde alsof er geen weg meer terug was. Ik volgde Jorick door de struiken. Bij de straat bleven we staan. Dit voelde raar.
‘Ik kan je echt niet tegenhouden hè?’
Ik schudde mijn hoofd.
Hij grijnsde. ‘Ik denk dat ik hetzelfde had gedaan.’
Ik probeerde te glimlachen maar kon het niet.
‘Je belt als er iets is hè?’
‘Doe ik,’ zei ik onrustig.
Ik wilde weg, niet langer blijven staan. Ik bleef ook met een schuin oog naar ons huis kijken. Alles bleef donker. Ik stak mijn hand op, Jorick pakte hem vast.
‘Doe voorzichtig.’
‘Tuurlijk.’
Hij kneep, ik kneep terug. Ik liet hem los en liep weg. Jorick bleef even staan, keek me na. Ik liep de straat uit en ging de hoek om zonder om te kijken.

Wat ging ik doen? Ik zat te denken aan een hotelletje, maar daar was het nu te laat voor. Ik kon moeilijk de hele avond door blijven lopen. Ik had geen slaap, ik stond strak van de spanning. Jorick had wel gelijk, waarom ging ik dit doen? Wat kon ik er mee bereiken? Het eerste wat ik wilde bereiken was het niet doorgaan van de vakantie. Dat was doel nummer één. Daar moest ik minstens drie dagen voor wegblijven. Aan de rand van de stad was een groot park. Overdag druk met mensen, er was ook een grote speeltuin. Zonder er verder over na te denken liep ik daar naar toe. Daar kon ik vast wel een rustig plekje vinden, misschien zelfs een beetje slapen. Ik liep het park in. Achter de speeltuin waren nog een aantal paden, wist ik. Ik was er als kind vaak genoeg geweest. Jorick en ik had er vaak op de fiets wedstrijdjes gehouden, het glooide daar ook. Veel struiken, ooit hadden we er eens een soort hut gebouwd. Niemand die dat wist. Daar kon ik me wel terugtrekken. Het was donker, het was raar om een lege speeltuin te zien in het donker. Stom, er was geen verlichting. Nooit bij nagedacht als ik er overdag was. Het was een heel andere sfeer nu. Ik liep de speeltuin voorbij en schrok. Er bewoog wat. Er liepen twee mannen de struiken in. Ik stond even stil. Nee, het was een man met een jongen van een jaar of twintig. Ik kwam weer in beweging. Ik wilde weg. Ik zocht het paadje op dat ik kende. Daarachter hadden we toen een hut gebouwd. Hoe oud waren we? Een jaar of tien, elf misschien? Er zou wel niets meer van over zijn, maar die plek kende ik. Ik kende iedere struik, ieder open stukje daartussen. Ik draaide met het pad mee. Straks kwam ik een bankje tegen, daarna nog een bocht en daar moest ik de struiken in. Ik draaide de bocht om en stond meteen stil. Er zaten een paar mannen op het bankje. Dronken, duidelijk. Ze keken ook meteen mijn kant op. Eentje stond op. Ik stond aan de grond genageld.
‘Zo, wat doe jij nog zo laat op straat?’
Ik hield mijn mond. Hij stond nu voor me en bekeek me van top tot teen.
‘Fancy kleding. Rich boy. Interessant. Volgens mij hoor je hier niet.’
Ik wilde omdraaien, weg. Hij lachte en had mijn rugzak al vast. Ik had hem met een band om mijn schouder hangen, hij had de andere band vast. Ik trok. Hij trok terug. Harder ook. Voor ik er erg in had trok hij hem van mijn schouder en was ik hem kwijt. De rest lachte.
‘Eens kijken wat je bij je hebt.’
Hij ritste hem open, mijn sokken en een boxer vielen op de grond.
‘Op reis, jongen?’ zei hij smalend.
Ik bukte, griste het van de grond en probeerde mijn rugzak terug te pakken.
‘Geef terug,’ zei ik.
Hij lachte, treiterde me door traag door mijn spullen te zoeken.
‘Hmm, koekjes.’
Hij gooide het pak naar de rest.
‘Geef terug!’
Ik had geen schijn van kans. Hij bleef maar door mijn tas zoeken terwijl hij me grijnzend aan keek. Ik was nog geen twee uur van huis en het liep al helemaal verkeerd. Ik schatte het in. Kon ik niet beter gewoon gaan, dan was ik maar wat kleren kwijt. Gewoon terug naar huis, veilig mijn eigen bed in. Er vloog een blikje cola door de lucht naar de rest. Ik voelde me vernederd, uitgelachen. Ik was blij dat mijn telefoon en mijn portemonnee in mijn broekzakken zaten. Als hij daar maar niet naar ging zoeken. Hij hield lachend een boxer omhoog.
‘Zo… Duur ding. Sjiek hoor.’
Ik sprong naar hem toe en trok het uit zijn hand.
‘Je kunt maar beter geen grote bek hebben,’ zei hij nu dreigend.
‘Geef hem zijn spullen terug,’ hoorde ik ineens.
De man die mijn tas vast had keek meteen om. Ik herkende die stem. Er kwam iemand van de andere kant aanlopen, ik kon hem bijna niet zien. Hij pakte het pakje koekjes af van de rest, en het blikje. Hij kwam naar ons toe met gestrekte hand, hij wilde mijn tas hebben om het er in terug te stoppen.
‘Kom op man, deze rich boy kan dat wel missen.’
‘Terug,’ klonk het dwingend.
Hij gaf op, stak zijn arm met de rugzak naar me uit. Ik griste het terug, en stopte mijn kleren er weer in. Toen kwam de stem uit de schaduw van de bomen, hij kwam tevoorschijn in het maanlicht. Hij? Ik herkende hem meteen. Raar geknipt haar, rood geverfd. Hij keek naar me en grijnsde.
© 2011 Oliver Kjelsson